Gedurfde vragen en ambitieuze doelen kunnen het conventionele denken uitdagen en innovatie in de hele sector stimuleren.
Partnerschappen helpen ideeën om te zetten in schaalbare oplossingen, waardoor de impact veel groter wordt dan wat één organisatie in haar eentje zou kunnen bereiken.
Ontwerpers en bestekschrijvers kunnen markten helpen vormgeven door vraag te creëren naar duurzamere materialen en werkwijzen.
Noot van de redactie: Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website van het tijdschrift Metropolis als onderdeel van een contentpartnerschap.
Soms kan de impact van één enkele beslissing een kettingreactie teweegbrengen, met gevolgen die de oorspronkelijke visie van een project ver overstijgen. Dat is het geval met het duurzaamheidsverhaal van Interface. In 1994 kwam Ray Anderson, de oprichter van het vloermerk, tot het besef dat het bedrijf zijn prioriteiten moest bijstellen en het milieu voorop moest stellen. Slechts enkele jaren later startte Interface met Mission Zero®, een complete herinrichting van elk aspect van hun bedrijfsvoering met als doel om tegen het jaar 2020 geen negatieve impact meer op het milieu te hebben – een doel dat het bedrijf een jaar eerder dan gepland bereikte.
Tijdens ons korte bezoek aan deze prachtige blauw-groene, levende planeet: haar schade toebrengen of haar helpen.
“We realiseerden ons al snel dat Interface niet volledig voor duurzaamheid kon gaan zonder iedereen erbij te betrekken die bijdroeg aan het succes van onze producten – van onze leveranciers en medewerkers tot ontwerpers en eindgebruikers,” aldus Chip DeGrace, directeur Design Purpose bij Interface. “Ray was niet bang om de status quo uit te dagen – hij wilde anderen inspireren om te innoveren en na te denken over hoe zij Interface konden helpen op onze weg naar duurzaamheid.”
Wat Anderson niet had voorzien, was dat het streven van Interface om een herstellend bedrijf te worden uiteindelijk de hele vloerenindustrie zou hervormen en een revolutie teweeg zou brengen in materiaalrecycling. Tegenwoordig is het heel gewoon om producten te zien die zijn gemaakt met gerecycled materiaal, maar in de jaren negentig was het inzetten van gerecyclede materialen voor de meeste bedrijven een vreemd concept. Het vereiste een heroverweging van productieprocessen, machines en logistiek, en toen Interface aankondigde dat het producten wilde maken met nylon uit gerecycled materiaal, waren veel partners van het bedrijf sceptisch.
Vezelproducent Aquafil zag echter een kans. „Waar anderen afval zien, zien wij een schat“, aldus Giulio Bonazzi, CEO en voorzitter van Aquafil. „Ons onderzoeks- en ontwikkelingsteam heeft jarenlang gewerkt aan het ontwerpen van een gesloten kringloopsysteem waarmee nylon dat voor 100 procent uit afval bestaat, oneindig vaak kan worden geregenereerd zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit of prestaties van het product. Het succes van ons geregenereerde ECONYL®-nylon laat zien dat ontwerpen ten behoeve van de planeet ook goed kan zijn voor het bedrijfsleven.“
Dankzij de samenwerking tussen Interface en Aquafil hebben beide bedrijven een veel grotere impact kunnen realiseren dan ze in de jaren negentig ooit voor mogelijk hadden gehouden. Aquafil introduceerde in 2011 zijn ECONYL-nylon, dat wordt gemaakt van afval zoals oud tapijt, textielresten, industrieel plastic en visnetten. Interface begon onmiddellijk met het gebruik van dit nylon met gerecycled materiaal, en andere tapijtfabrikanten volgden dit voorbeeld. Over een periode van vier jaar heeft deze innovatie de CO₂-voetafdruk van de nylon garenindustrie met 334.000 ton verminderd.
„Aquafil zag in dat het oplossen van het probleem van nylon met gerecycled materiaal en de samenwerking met Interface hen in staat zou stellen om te groeien in nieuwe markten”, aldus DeGrace. „Dankzij hun ontwikkeling van ECONYL-nylon kunnen we nu garen met 100 procent gerecycled materiaal inkopen, wat een enorme rol speelt bij het produceren van tapijttegels met de laagste CO₂-voetafdruk vóór compensatie.”
Tegen 2012 was de vraag naar ECONYL-nylon zo sterk gegroeid dat Aquafil op zoek ging naar nieuwe bronnen voor gerecyclede materialen. Tegelijkertijd was Interface geïnteresseerd in het opzetten van een maatschappelijk initiatief dat zowel gemeenschappen als de planeet ten goede zou komen. Dit bracht Interface ertoe om de krachten te bundelen met de Zoological Society of London om Net-Works op te richten – een programma dat gemeenschappen in staat stelde oude visnetten in te zamelen die vervolgens aan Aquafil worden verkocht om samen met ander afvalmateriaal te worden verwerkt tot ECONYL-nylon.
Tussen 2012 en 2020 heeft het NetWorks-programma meer dan 300 ton afgedankte visnetten ingezameld, waardoor meer dan 2.000 gezinnen toegang kregen tot een nieuw inkomen en meer dan 5.000 hectare oceaan werd beschermd. Om de impact te vergroten, werd Net-Works in 2021 afgesplitst als Coast4C, een sociale onderneming die de gemeenschappen heeft geholpen een inclusieve toeleveringsketen op te zetten voor zowel regeneratief zeewier als visnetten.
Net-Works is een voorbeeld van hoe samenwerkingen transformaties op systeemniveau kunnen opleveren die ten goede komen aan het bedrijfsleven, de mensen en de planeet. Het is een krachtige illustratie van wat er mogelijk is wanneer meerdere partijen de krachten bundelen – het eindresultaat was groter dan wat ieder van ons afzonderlijk had kunnen bereiken.
Partnerschappen zoals die tussen Interface en Aquafil maken betekenisvolle verandering mogelijk. Wat begon als het verzoek van één bedrijf om het ‘onmogelijke’ – nylon met gerecycled materiaal – heeft de vloerenindustrie voorgoed veranderd en blijft invloed uitoefenen op de meubel- en haute couture-industrie, waarbij tientallen merken zoals Prada, Burberry, Adidas en meer producten maken van ECONYL-geregenereerd nylon.
“Er schuilt kracht in het vragen om wat je wilt,” aldus DeGrace. “Of je nu een fabrikant bent die grondstoffen inkoopt of een ontwerper die specificaties voor leveranciers opstelt: onthoud dat jij de katalysator kunt zijn voor positieve verandering.”