Systematische groei

 Een interview met Kari Pei, productontwerper bij Interface

De High Line is sinds de opening in 2009 uitgegroeid tot een van de meest bezochte toeristische bestemmingen van New York. Dus toen een neef halverwege 2016 vanuit Omaha (VS) naar de Big Apple kwam, nam Kari Pei haar familielid vanzelfsprekend mee naar dit verhoogde park, aangelegd op een oude goederenspoorlijn. Drie delen van de High Line lopen ongeveer tweeënhalve kilometer door bekende wijken van de Lower West Side, zoals Chelsea en het Meatpacking District.

Wanneer Pei, die twee jaar geleden in dienst trad als hoofd productontwerp, niet aan het werk is in de LaGrange-kantoren van Interface, brengt ze veel tijd door in de Upper East Side van Manhattan. Hoewel ze al lang in New York woont en zeer bekend is met hoe de High Line er zowel voor als na de opening uitzag, was de excursie met haar neef toch een openbaring. “Aan het einde van de middag stroomden mensen massaal het gebied binnen, zowel inwoners van de stad die klaar waren met hun werk als toeristen”, herinnert Pei zich. "Dit gaf het park een enorm levendig gevoel en het onderstreepte het blijvende belang van onze verbinding met de natuur."

Die verbinding wordt ook wel biofilie genoemd, wat inhoudt dat mensen een aangeboren aantrekkingskracht voelen tot de natuur. Op de High Line bewegen de parkbezoekers zich met onuitputtelijke nieuwsgierigheid van een grasveld naar een open terrein met bomen en een verhoogde plek met uitzicht. Toen Pei vorige zomer getuige was van deze stedelijke wandelingen, ervoer ze ook uit eerste hand waarom we natuurlijke omgevingen opzoeken: ze hebben een kalmerend of verkwikkend effect. Iets dat de wereld van gebouwen en computerschermen simpelweg niet biedt.

Net als de meeste toeristen sloten Pei en haar neef het bezoek aan de High Line af met het maken van foto’s. Ook deze ervaring leverde een nieuw inzicht op. “Toen ik de schaduwen van bladeren op houten planken fotografeerde, dacht ik bij mezelf: dit zou een prachtig tapijt vormen”, zegt ze.

De schaduw van een bladerdak maakt dan ook deel uit van 'Shading' en 'Glazing', twee van de zeven stijlen in de nieuwe collectie tapijttegels Global Change™ van Pei. 'Shading' combineert bladvormen met een achtergrond van textuurstrepen. "Die achtergrond heeft hetzelfde patroon als in 'Glazing', dus de twee ontwerpen integreren visueel en qua textuur”, legt Pei uit. 'Glazing' heeft ook een gestreepte achtergrond, hoewel de strepen in deze stijl meer geometrisch en compacter zijn.

Het is onze missie om met behulp van wetenschappelijke inzichten producten te creëren die geen schade berokkenen aan mensen in gebouwde omgevingen, maar juist een positieve impact hebben. #PositiveSpaces

Pei aarzelde niet om open verwijzingen naar de natuur op te nemen in de collectie, haar eerste internationale project voor Interface. Tijdens haar carrière heeft de textielontwerpster bekendheid verworven als voorvechter van de natuur. Ze zegt dat ze vanwege het leiderschap van Interface op dit gebied in dienst trad bij de tapijtfabrikant, nadat ze eerder een decennium bij Wolf Gordon werkte en freelancewerk uitvoerde voor hoogwaardige merken als KnollTextiles en Starwood. "Interface doet er alles aan om het negatieve van de industrie positief te maken”, legt Pei uit. "Dat blijkt bijvoorbeeld uit het verminderen van de hoeveelheid nieuw materiaal in de supplychain, het behoud van natuurlijke habitats in de buurt van onze productiefaciliteiten en ons nieuwe prototype voor een tegel die atmosferische koolstof opvangt.” Global Change is hierop geen uitzondering. Zo maakt Interface voor de productie gebruik van 75 procent gerecycled materiaal en behoort Global Change tot de Interface-collecties met de kleinste CO2-voetafdruk.

Interface's enthousiaste omarming van biophilic design gaat hand in hand met dat streven om negatieve zaken om te buigen naar iets positiefs. Zoals Pei dit omschrijft: “Het is onze missie om met behulp van wetenschappelijke inzichten producten te creëren die geen schade berokkenen aan mensen in gebouwde omgevingen, maar juist een positieve impact hebben.” Biophilic design en tapijttegels met natuurlijke elementen kunnen het welzijn van de gebruikers van gebouwen verbeteren, doordat ze mensen herinneren aan de natuur.

Global Change is niet alleen geschikt voor biophilic design vanwege de natuurlijke elementen, maar ook vanwege de flexibele inzetbaarheid. Pei verwijst naar de High Line om dit te illustreren: de verschillende landschappen van het park trekken bezoekers aan, omdat er geen strikte scheiding is tussen planten en de infrastructuur. In plaats daarvan zijn ze met elkaar verweven, net zoals bijvoorbeeld een kustbos via een transitiezone van struiken en grasduinen overgaat in de oceaan. Tapijttegels kunnen op vergelijkbare wijze fungeren als transitiezone, en door de uitwisselbaarheid van de patronen van 'Shading' en 'Glazing' gaan deze tegels naadloos in elkaar over.

Door de gestreepte texturen van beide patronen ontstaan er meer combinatiemogelijkheden. Pei heeft die verschillende lijnen benadrukt bij de drie gegradeerde basisstructuren met de namen 'Progression I', 'Progression II', en 'Progression III'. "Deze stijlen vormen het fundament van Global Change", legt ze uit. "Door deze patronen met Shading en Glazing te combineren, kan in een deel van het interieur een monolithische vloer worden gecreëerd, terwijl de bladpatronen kunnen worden gebruikt om routes of een verzamelpunt aan te geven."

De twee laatste stijlen van Global Change, ‘Raku’ en ‘Ground’, zijn wederom figuratieve patronen. Deze stijlen doen denken aan gedroogde aarde. Ze hebben een vergelijkbare visuele relatie (punt-contrapunt) als 'Shading' en 'Glazing’. ‘Raku’ en ‘Ground’ zijn beschikbaar in het vierkante formaat, terwijl 'Shading' en 'Glazing' Skinny Planks™ zijn. De zes organische kleurenpaletten van Global Change voegen nog meer opties toe aan de collectie.

Omdat de patronen en tinten van Global Change elkaar aanvullen, is de gehele collectie volgens Pei één flexibel systeem met verschillende prijspunten. Alle zeven stijlen kunnen in een enkel project worden gebruikt en gecombineerd, bijvoorbeeld om zones en paden met vloeiende overgangen te creëren.

De zoektocht naar de perfecte balans tussen unieke eigenschappen en samenhang heeft Pei geïnspireerd om een systematische denkwijze toe te passen op haar lopende projecten bij Interface. "Een collectie is geen eenmalig, op zichzelf staand project, maar onderdeel van een groeiend portfolio”, legt ze uit. Deze benadering heeft veel gemeen met de gefaseerde opening van een project als de High Line. De ontwerpen van haar hand die voor 2018 gepland staan, sluiten dan ook aan op de patronen en kleuren van Global Change. Niet alleen krijgen interieurarchitecten en ontwerpers hierdoor nog meer mogelijkheden om te variëren, maar het past ook binnen de duurzaamheidsmissie van Interface en is voordelig voor klanten. “Omdat het product niet volledig hoeft te worden verwisseld, kan een ruimte na verloop van tijd worden aangepast tegen beperkte kosten en met minimale verstoringen binnen het totale interieur.”

Gerelateerde Artikelen