Kunstzinnig renoveren

Tijdens het eerste weekend van de Chicago Architecture Bienniale, in oktober vorig jaar, onthulde sociaal activist Theaster Gates zijn nieuwste project: de Stony Island Arts Bank. Er werd vol lof geschreven over het project, dat een vervallen bankgebouw in de South Side omtoverde tot een openbare, culturele ontmoetingsplaats met kunstgalerieën, ruimtes voor evenementen en bibliotheken vol boeken, vinyl-platen en oude dia's.

Stony Island is het meest recente voorbeeld in een serie renovatieprojecten van Gates uitgevoerd in de lage-inkomensbuurten van Greater Grand Crossing, waar haveloze gebouwen en criminaliteit de boventoon voeren. Gates woont en werkt hier al sinds 2006, en de buurt is niet alleen zijn muze, maar ook het canvas voor zijn projecten.


Art Funding Architecture

De 42-jarige kunstenaar is gedreven door de wens om kunst toegankelijk te maken voor deze gemeenschappen. In de afgelopen jaren heeft hij bouwvallige gebouwen in de buurt weten te bemachtigen en ze verbouwd tot culturele faciliteiten en betaalbare woningen. Om deze projecten te financieren, maakt hij van afgedankte materialen kunstwerken met een maatschappelijke boodschap. Deze werken verkoopt hij vervolgens aan verzamelaars. Hij werd bekend met een serie gigantische schoenpoetsstoelen, vervaardigd van afgedankt hout, waarmee hij meedeed aan een kunstbeurs in Miami in 2009. Tijdens het evenement poetste Gates de schoenen van voorbijgangers. Veel mensen kwamen kijken en de stoelen werden snel verkocht.

Gates combineert kunst met behoud van erfgoed en herontwikkeling van arme buurten. Dankzij deze ongebruikelijke aanpak is hij uitgegroeid tot een opvallende figuur in de culturele wereld. “Hij is een vastgoedkunstenaar, en er zijn maar weinig figuren in de moderne kunstwereld die ik op die manier zou kunnen beschrijven,” zegt Jonathan Solomon, hoofd van de architectuurafdeling van de School of the Art Institute of Chicago. Hij merkt op dat de renovatie-inspanningen van Gates niet gericht zijn op het verhogen van de financiële waarde van gebouwen of het stimuleren van reguliere ontwikkeling. “In zijn werk gaat het om het bij elkaar brengen en met elkaar verweven van gemeenschappen. Hij helpt ze om voorzieningen aan te wenden en te ontwikkelen en [maakt] deze gemeenschappen levendig, gezond en duurzaam,” legt hij uit. “Ik ben zo blij dat hij in Chicago werkt, en ik vind het fantastisch voor de stad dat hij hier is.”

Gates is niet de eerste kunstenaar die stedelijke renovatieprojecten uitvoert. Tyree Guyton begon al in 1986 grote, gekleurde stippen te schilderen op vervallen huizen in Detroit, wat de aanzet was voor het bekende Heidelberg Project. Jaren later kocht kunstenaar Rick Lowe samen met een aantal partners 22 vervallen huizen en verbouwde deze tot onderkomens voor kunstenaars en alleenstaande moeders. Project Row Houses is sindsdien uitgebreid en wordt door velen gezien als een goed voorbeeld van stedelijke renovatie. Zelfs Gates zelf noemt het project een inspiratiebron.

In steden over de hele wereld zijn kunstenaars de motor geweest achter stedelijke renovatieprojecten. In Amsterdam bezetten kunstenaars in de jaren 90 een oude scheepswerf, die later zou uitgroeien tot een culturele bestemming: de NDSM-werf. De MeetFactory in Praag is nog zo'n voorbeeld. In 2007 veranderde beeldhouwer David Černý een verlaten industrieel gebouw in een kunstcentrum met ruimte voor exposities, optredens en filmvertoningen.

Verder zijn er talloze voorbeelden van kunstenaars die in goedkope achterstandsbuurten gaan wonen en zo de komst van nieuwe cafés, galerieën en andere gewenste faciliteiten op gang brengen. “Volledige vernieuwingsprojecten die puur door kunstenaars ingezet worden, zoals die van Gates, zijn schaars en zullen dat ook blijven. Maar kunstenaars kunnen een belangrijke rol spelen bij de vernieuwingsinspanningen die door anderen geleverd worden, en dat doen zij doen zij dan ook veelvuldig,” zegt Storm Cunningham, expert op het gebied van gemeenschapsvernieuwing en auteur van het boek The Restoration Economy. “Kunst is de ideale manier om vele verschillende bewoners bij elkaar te brengen rondom iets dat ze allemaal kunnen waarderen. Daarom fungeren kunstenaars vaak als katalysator en laten zij anderen zien hoe een plek op een andere manier bekeken kan worden.”


Herstel en hergebruik

Gates draagt ongetwijfeld bij aan de veranderende publieke opinie over Chicago's veelbesproken South Side, die eerder bekend staat om zijn geweld door straatbendes dan zijn architectonisch markante gebouwen. Gates komt uit Chicago en is afgestudeerd in stedelijke planning en pottenbakken. Ook heeft hij gewerkt als kunstprogrammeur voor de Chicago Transit Authority. In 2006 kocht hij voor $18.000 een verwaarloosde eengezinswoning in Greater Grand Crossing, die hij volledig stripte en verbouwde tot het Archive House, een ruimte om feesten te geven en materiaal afkomstig van gesloten winkels en afgedankte archieven op te slaan. Twee jaar later kocht hij de voormalige snoepwinkel ernaast en richtte deze in met gerecyclede materialen, zoals de houten banen van een oude bowlingbaan en afgedankte schoolborden. Het project werd The Listening House genoemd, naar aanleiding van een albumcollectie die hij had overgenomen van een sluitende platenzaak.

Daarna renoveerde hij in samenwerking met de stedelijke woningbouwvereniging en een privé-ontwikkelaar een complex voor volkshuisvesting. The Dorchester Art + Housing Collaborative bestaat uit 32 wooneenheden, een kunstcentrum en een gezamenlijke binnentuin. Gates kocht ook het gebouw van een voormalige bierdistributeur en maakte hier zijn persoonlijke studio van. Hier huist ook het Black Cinema House, waar hij films vertoont en workshops filmmaken organiseert, allemaal rond het thema 'de Afrikaanse diaspora'. De non-profitorganisatie Rebuild Foundation, die Gates in 2010 oprichtte, helpt met de programmering voor zijn ruimtes. De programmering komt voort uit “Theasters leven als een kunstenaar hier op de South Side, zijn energie en enthousiasme” zegt Ken Stewart, de CEO van de stichting.

De Stony Island Arts Bank staat bekend als het meest ambitieuze project van de kunstenaar tot nu toe. Gates had al lang geleden zijn oog laten vallen op het 5.000 vierkante meter grote neoklassieke bankgebouw, dat in de jaren 20 van de vorige eeuw gebouwd werd en al decennia lang leeg stond. In 2012 kon hij het vervallen gebouw voor een bedrag van $1 kopen, dankzij grote steun van Rahm Emanuel, de burgemeester van Chicago. De verwachting was dat Gates voldoende financiering zou kunnen regelen om het gebouw te redden. Om de financiën rond te krijgen, gebruikte Gates marmer uit het gebouw voor een limited edition serie van kleine marmerblokken, met daarin geëtst de woorden “In Art We Trust”. Hij verkocht de ‘Bank Bonds’ tijdens Art Basel in Zwitserland voor $5.000 per stuk. Het renovatieproject, dat $4,5 miljoen kostte, kreeg ook een boost van individuele donaties en het Chicago Community Loan Fund.

Toen de Stony Island Arts Bank zijn deuren opende, werd het project geprezen door zowel de pers als maatschappelijke leiders. Michelle Boone, stadscommissaris voor culturele zaken en speciale evenementen in Chicago, vertelde dat ze opgegroeid is in de buurt en bijzonder onder de indruk was van het herstel van de verloederde gebouwen. “Het betekent enorm veel voor me om hier nu te zitten en omringd te worden door zoveel cultureel erfgoed en schoonheid,” zei ze.

Terwijl architectuur vaak gekenmerkt wordt door een elitair karakter, dat hele groepen mensen buiten kan sluiten, is voor Gates juist opvallend hoe architectuur grenzen kan vervagen en gemeenschappen kan versterken. “Het is een kader waar van alles in past, hoog en laag, internationaal en lokaal, rijk en arm.” legt hij uit. “Wanneer die verschillende aspecten op hele mooie manieren gaan samenvloeien, krijgt architectuur een bevrijdende functie.”